Het lagensysteem is een begrip dat je vast al eens voorbij hebt horen komen. Als je met ons de bergen in gaat, raden we je altijd aan verschillende lagen in kleding mee te nemen en aan te doen. Maar waarom is dit lagensysteem nou zo belangrijk? En wat houdt het lagensysteem nou precies in? In deze blog vertellen we je alles over de verschillende lagen van kleding die je aan kan trekken wanneer je de bergen in gaat. Van wollen ondergoed tot de dikste donsjassen!

Wanneer je de bergen in gaat begeef je je in totaal andere omstandigheden dan wanneer je thuis door de achterdeur naar buiten loopt. De bergen kenmerken zich door wisselvalliger en meer extreem weer. Daarbij beweeg je meer, begeef je je doorgaans in ruiger terrein en span je je meer in. Deze speciale omstandigheden vragen om speciale kleding. Kleren die ervoor zorgen dat je droog en warm blijft, en kleren die wel tegen een stootje kunnen. Naast dat je dus speciale ‘technische’ kleding nodig hebt, is het ook belangrijk dat je deze kleding ook op de juiste manier inzet. Zodat je het maximale uit je jas, vest, shirt of broek haalt.

Daarom is er het lagensysteem ontwikkeld. Het lagensysteem gaat uit van het dragen van (normaliter) drie lagen van kleding:

  • De onderlaag
  • De tussenlaag
  • De buitenlaag

De onderlaag

De onderlaag wordt ook wel de thermolaag genoemd. Deze laag zorgt er namelijk voor dat de warmte dicht op het lichaam blijft. De onderlaag bestaat daarom normaal gesproken uit thermo ondergoed. Naast dat de onderlaag voor een betere temperatuurregulatie zorgt, zorgt een goede onderlaag er ook voor dat eventueel vocht snel afgevoerd wordt.

Er is thermo ondergoed in verschillende soorten en maten. Bij het uitkiezen van thermo ondergoed moet je eigenlijk allereerst kiezen naar wat voor een materiaal je voorkeur uitgaat; wol, synthetisch of een combinatie van beiden. Wol is meer temperatuur regulerend en antibacterieel. Daarbij zit wol doorgaans wat losser om het lichaam. Synthetische materialen drogen vaak sneller, zijn meer slijtvast en zitten vaak wat strakker om het lichaam. De keuze is aan jou!

De tussenlaag

De tussenlaag kennen we ook wel als de isolatielaag. Deze laag doet eigenlijk hetzelfde als wat het isolatiemateriaal in een woning doet: er voor zorgen dat de warmte minder goed naar buiten en de kou minder goed naar binnen kan! Voorbeelden van goede tussenlagen zijn: donsjassen, jassen met synthetische vulling, wollen truien en synthetische truien. Voor alle voorbeelden geldt dat deze niet winddicht/waterdicht dienen te zijn.

Donsjassen worden vaak als tussenlaag gekozen. Niet zonder reden! Ze houden je goed warm en zijn licht en compact mee te nemen. Onderhoud je deze jassen goed, dan gaan ze super lang mee. Dat is ook meteen een van de nadelen van dons: je moet het met regelmaat en de juiste middelen onderhouden. Ook isoleert dons slecht wanneer het vochtig is en is dons relatief duur in aanschaf.

Wollen truien. Een wolle trui lijkt onderhand misschien wel een ouderwets begrip, maar wol is nog altijd een goede optie ter isolatie! Een wollen trui houdt je goed warm en kan erg lang mee gaan. Nadeel deze soort tussenlaag is dat wol doorgaans zwaar is en ook niet compact op te bergen is.

Synthetische truien (onder andere fleeces) kennen als voordeel dat ze relatief goedkoop in de aanschaf zijn en erg slijtvast zijn. Het reinigen en onderhouden van een fleece is daarbij gemakkelijk. Wel houdt een fleece doorgaans minder goed warm ten opzichte van (bijvoorbeeld) dons. Daarbij moet er bij een fleecetrui eigenlijk altijd een speciale waszak worden gekocht, zodat er niet zomaar kleine fleecedeeltjes in het riool belanden.

Als laatste zijn er ook nog (niet wind-/waterdichte) jacks met een synthetische vulling. Eigenlijk kun je deze jassen als kunststof donsjassen zien; ze houden soms net zo goed warm (of beter) en zijn relatief compact en licht om mee op reis te nemen. Nadeel van deze jacks zijn voornamelijk de kosten; die liggen vaak hoger ten opzichte van een standaard fleece of trui.

De buitenlaag

De buitenlaag is er om het weer buiten te laten en de warmte binnen. Een goede buitenlaag is altijd windbestendig en minstens waterafstotend. Zo krijg je het niet koud van harde windvlagen, en wordt je niet zomaar nat wanneer het regent. Want wanneer je het eenmaal koud hebt en/of natte kleding hebt, krijg je het niet snel warm meer! De verschillende soorten buitenlagen zijn op te delen in twee categorieën: hardshells en softshells.

Hardshells zijn zowel wind- als waterdicht. Deze jassen hebben een membraam dat vocht voor een lange periode buiten kan houden. Mocht je zeker willen zijn van een jas met een goed membraam, dan is het goed om te kijken naar jassen met een GORE-TEX membraam. Sommige grote merken hebben ook een eigen membraam. Dit zijn merken als The North Face (met DryVent) Patagonia (H2No) en Jack Wolfskin (Texapore). Deze verschillende soorten waterdichte membramen bieden doorgaans ook een goede waterdichtheid en kunnen een goede bui prima weerstaan.

Softshells zijn windicht en waterafstotend (dus niet waterdicht). Softshells hebben doorgaans een waterafstotende behandeling gehad. Zo kunnen ze toch een sporadische buitje weerstaan. Waarom zou je dan voor een softshell kiezen? Het voordeel van een softshell is dat deze beter ademt, en zo minder broeierig aanvoelt.

Laat je bij de aanschaf van bergsportkleding vooral goed informeren in de winkel. Ieder kledingstuk heeft zijn eigen voor- en nadelen en ieder kledingstuk dient weer een ander doel!

Meer weten over het onderhoud van je kleding? Lees dan ons blog Onderhoud van je kleding. Verder inspiratie opdoen voor je volgende bergsportavontuur? Kijk dan op onze Facebook-, Instagram– en blogpagina!