Zugspitze 2016

Voetstappen in de sneeuw. Stapje. Voor. Stapje. Niet te hard, want dan red ik het niet. De ijle lucht doet mijn longen en kuiten branden en ik neem nog een glimp in me op van de top: ik zie hem niet eens, zo ver is het nog. En dat terwijl ik het een half uur geleden nog een makkie vond. Maar toen liep ik te kletsen en rond te kijken door een mooie kloof en niet te hijgen in een touwgroep op de gletsjer. Ik krijg steeds meer zin in de warme chocolademelk die ik mezelf beloofd heb op de top. Hooo, mijn voorbuurman is gestopt en ik zie zijn voeten al voor me en het touw slap tussen ons in. Mijn achterbuurman vloekt binnensmonds. Shit, weer stoppen met lopen en straks weer opstarten...en het is al zwaar genoeg! Pfff, was deze tocht een goed idee??


“Wat? Ga jij morgenochtend vroeg op weg om een berg te beklimmen?”
“Welke berg?” Mijn leidinggevende heeft moeite met het idee dat inspanning ook ontspanning kan geven en gelooft er niks van dat ik overmorgen 2250 hoogtemeters zal overbruggen naar de top van de Zugspitze. “De hoogste berg van Duitsland, 2967 meter hoog.” “Okee…”

Maar ik ga echt. Heerlijk, ongeveer 10 uur lopen en klettersteigen en dan zal ik er staan, op het topje. Tenminste, als ik niet voortijdig uitval. Ik heb weinig getraind, want ik weet pas een week dat ik mee kan. Maar vorige week heb ik 8 uur gelopen zonder problemen en klimmen doe ik twee keer per week, dus ik hoop dat het goed komt.

Rijdend door het immer groener en heuvelachtiger landschap, krijg ik er steeds meer zin in: de beklimming van de Zugspitze. De condities schijnen lastiger te zijn dan anders vanwege aanhoudende sneeuwval, terwijl het is toch al juni is. Toch fijn om te merken dat de bergen weer een element van spanning kunnen toevoegen aan onze trip.

Op de camping hangt de Mountain-Networkvlag al uit en het kampement aan bergbeklimmers bevat een heel veld. Bij de briefing ontmoet ik mijn medebeklimmers, van wie ik ongeveer een derde al ken. Ik ken een groep uit de klimhal in Heerenveen en Nieuwegein, maar er zijn mensen uit alle hoeken van het land van alle klimcentra en zelfs een paar mensen van buiten Mountain Network. Na de briefing zitten we met een kleine groep nog heerlijk in het restaurantje om de hoek aan een heerlijke wrap of burger en kletsen over vorige en volgende bergtochten. Behalve mijn autogenote is niemand in het restaurant me bekend en toch is het als altijd weer gezellig aan tafel. Mensen die van bergen houden, vinden vaak ook andere dingen gezamenlijk leuk.

Op de briefing kwam Marieke, onze reisleidster, er al even op terug: de sneeuwcondities en het weer. De voorspellingen zijn heel regenachtig, dus iedereen wordt gemaand om genoeg warme en waterdichte kleren mee te nemen. Fijn! Ik ben goed voorzien, maar ik heb het eens eerder meegemaakt dat de hele groep terug moest omdat een paar mensen geen goede spullen hadden. Dat zie ik nu niet gauw gebeuren. Ook de sneeuwcondities worden nog even besproken: het afgelopen weekend is een vorige groep enigszins verrast door ondergesneeuwde stukken klettersteig. Onze groep is voorbereid op die situatie, dus is het plan om twee gidsen vooruit te sturen met stukken touw om de sneeuwstukken te kunnen afzekeren. Mooi! Ik duik nog onder een heerlijke douche op de schone camping en dan mijn slaapzak in voor een goede halve nacht rust. Om 4.15 uur vertrekken we naar de parkeerplaats vanwaar we lopen.

Op de parkeerplaats ontmoeten we het Duitse gidsenteam en krijgt iedereen die dat nog niet heeft, klettersteigsetjes, helmen en ander materiaal uitgereikt. De gidsen laten ons in kleine groepjes verdelen en we zijn vertrokken!

Het eerste uur lopen in groepjes van vijf per gids door een bos omhoog. We hijgen wat af, want het is best steil. Ik moet mezelf een beetje afremmen, want ik begin vaak te hard en dan kom ik mezelf halverwege de dag tegen. Het is prachtig om ons heen: een breed pad naast een snelstromende rivier door koel bos.

We komen het bos uit en komen ineens een deur tegen?! De gids vertelt ons over de beruchte Klamm waar we nu doorheen zullen lopen en dat we onze regenjas het beste aan kunnen doen. Net om de hoek zie ik waarom dat was: we lopen door een smalle kloof met niet alleen een bulderende rivier in de ondergrond, maar ook overal watervallen langs de wanden boven het pad. Als je de wanden naar boven volgt, zie je daarboven bomen boven de kloof uit torenen. Kennelijk komt er af en toe behoorlijk wat water naar beneden, want de rivier stroomt om flink wat weggespoelde bomen heen. Wat een wereld! Gapend naar al het moois, stappen we af en toe een in de wand uitgehakte tunnel in, waar zelfs elektrisch licht in is aangebracht en de watervallen hun spetterende werk even niet kunnen doen. We steken de rivier een paar keer over omdat het pad langs de andere kloofwand verder gaat en wijzen elkaar op vogeltjes langs de rivier. Waterspreeuwen, grote gele kwikstaarten en een ongekende vogel met rode onderbuik kruisen ons pad.

Als we de kloof uit lopen, komen we bij een hut. Het is 7 uur, dus een kopje koffie kunnen we prima gebruiken. Zittend op het terras kijken we uit op de berg die we tegemoet gaan. Het lijkt nog zo’n end!

De groepjes van vijf worden verdeeld naar loopsnelheid over de gidsen en dan starten we weer: nog maar een klein stukje lopen naar de eerste klettersteig. We trekken onze gordels aan, behangen onszelf met klettersteigset, trekken onze handschoenen aan en zetten onze helmen op. We lijken nèt echt, zo! In de klettersteig stijgen we zo snel! Mijn buurvrouw vertelde me dat ze last heeft van hoogtevrees, maar ze loopt als een kievit over een prachtstuk heen met stepjes boven een flinke afgrond. Ik geniet van het ritme: lopen, klimmen, klik, klik, klimmen, lopen, klik, klik…ik kijk goed hoe mijn buurvrouw klikt, dan zit ik niet tegelijkertijd met haar op een stuk kabel, maar haar ritme lijkt op dat van mij en we klimmen steeds hoger. We klimmen zo lekker dat het einde van de klettersteig zomaar ineens lijkt te zijn gekomen. Van de zekering af draaien we ons nog eens om: Wow, wat is het hier mooi! Er is mist uit het dal komen opzetten en af en toe regent het, maar de berg ademt groen- en frisheid, terwijl we nu op een ruiger stuk beginnen te komen. We zijn ook al ver onderweg, want de hut is nog maar een klein hutje in de verte. Dan draaien we ons weer om en kijken richting de berg. Ooowh, we zijn nog lang niet ver genoeg. Nouja, eerst wat eten! Iedereen arriveert langzaam en pakt een broodje. De gids met wie ik ’s ochtends gelopen heb, komt ook aan en vertelt dat hij terug naar beneden gaat met iemand die het niet redt vandaag. Jammer! Maar fijn dat er een goede optie is om terug te lopen. Een lekkere lunch bij de hut doet vast goed.

Vlak nadat we weer zijn gaan lopen begint het te regenen en het houdt niet meer op. Gelukkig is het niet koud en ook niet te warm, dus ik loop lekker verder in mijn knusse capuchon over mijn helm. De vegetatie verandert hier van struikgewas naar kruiden en er zijn mooie bloemetjes bij. Ik merk dat de hoogtemeters nu gaan spelen, want ik moet mijn tempo vertragen om niet buiten adem te zijn. Een uur verder staan we in de eerste sneeuw. Het blijft gek om vanuit het warme dal middenin de zomer in de sneeuw te kunnen staan. Ik moet het altijd even aanraken om het te geloven: tikkie, zomersneeuw!

Het tikkertje met de sneeuw is niet lang nodig. We komen aan bij een kom op de berg, die natuurlijk vol ligt met sneeuw. Sterker nog, we gaan een stuk gletsjer oversteken. De vooruit gestuurde gidsen hebben een spoor gemaakt, dus ik vertraag mijn pas nog meer en stamp heel rustig door de sneeuw naar boven. Het gaat eigenlijk heel goed. Alle verhalen over heupdiepe sneeuw zijn kennelijk overdreven. Het spoor is goed en we stampen met onze groep van ongeveer 12 rustig door. Mijn achterbuurman vindt mijn pas wel fijn en zegt dat ook hardop. Het helpt als je een regelmatige pas kan volhouden, want stoppen en opstarten kosten veel te veel energie.

Dan wordt de helling van de gletsjer echt steil en besluit onze gids om de groep aan touw te lijnen. Er wordt even gezocht naar genoeg karabiners en ik word stiekem koud terwijl we wachten. Stom! Ik had gewoon even een extra fleece aan moeten trekken. Als we weer gaan lopen, baal ik van het ritme. Ik liep zo lekker in mijn eigen pas en nu moeten we helaas harmonica’en aan het touw. Nou ja, veiligheid voor alles. Na een half uur komen we bij de rand van de gletsjer waar ook de tweede klettersteig begint. Het is een spannende af- en opstap, maar omdat we aan touw zitten, worden we van boven af gezekerd door onze gids Tobi. Na de eerste tien spannende meters moeten we even wachten tot Tobi klaar is met het touw. Gelukkig mogen we gauw weer verder, want ondanks mijn extra fleece heb ik het nog steeds koud. De regen is in lichte sneeuw verandert en de wind pakt wat op, dus het voelt vrij koud aan.

Het tweede stuk klettersteig is steiler dan het eerste en vooral meer klauteren. Dat is eigenlijk wel fijn, want zo word ik lekker warm. Het is vooral oppassen dat we niet te snel klimmen, want de groepen voor ons hebben een kleine file veroorzaakt. Hier zijn de vooruit gelopen gidsen aan het werk geweest met stukken touw, omdat de kabel is ondergesneeuwd. Het werkt goed, maar kost iets meer tijd en dus ontstaat er file.

Terwijl ik mijn natte handschoenen verwissel voor mijn gewatteerde, waterdichte wanten, kletst mijn buurvrouw lekker tegen me aan over haar vorige bergervaring. Na haar verhaal vraagt ze me over mijn volgende trip. Ik weet het nog niet. Een hike deze zomer, misschien in Noorwegen, misschien Schotland, maar ik denk ook nog na over de Dolomieten. Het duurt twee uur tot we boven zijn in plaats van het half uur waar we op gerekend hadden. Maar gelukkig houden we elkaar bezig met verhalen en geklets. En elk stukje lopen is toch weer even heftig, omdat de hoogte ons ondertussen van de zuurstof heeft beroofd waar we gewend aan zijn. Dat maakt de inspanning stiekem vermoeiend.

Dan ineens zien we het goudgekleurde topkruis uit de mist opdoemen! Nog maar twintig meter naar boven! De gidsen hebben een laatste touw gespannen vlak onder de top, zodat we met z’n allen schuifelend naar het allerlaatste stuk klettersteig kunnen lopen dat langs de top reikt. We nemen foto’s en feliciteren elkaar. 2000 hoogtemeters in 10 uur. Niet slecht!

Het topgevoel wordt gedeeld met zoveel mogelijk mensen, want we zijn met zoveel! Dan schuifelen we door richting het plateau van de lift. Na een laatste spannende afdaling over een steil sneeuwhellinkje komen we bij het eindpunt van de lift en staan er een stel Japanners heel gek naar ons te kijken. Daar komen we aan met onze helmen, rugzakken en dikke schoenen. Zij zelf zien eruit zoals je in het dal zou verwachten en ze kijken wat teleurgesteld naar de dichte mist om zich heen. De mist deert ons niet. Wij hebben zoveel uitzicht gehad onderweg en we zijn in de file zo gewend geraakt aan de wolk van mist om ons heen, dat we genieten van het afmaken van onze tocht. Glimlachend naar de Japanners, neem ik de trap richting het restaurant, hang daar mijn natte spullen over mijn stoel en plof neer voor een warme choco. Wat een mooie tocht!

Ook in 2017 gaan we met een groep klimmers naar de Zugspitze. Meld je aan voor de interesselijst via de pagina over de beklimming van de Zugspitze.